Overslaan en naar de inhoud gaan

Geleidingsdoofheid

Bij een geleidingsverlies (ook wel geleidingsdoofheid genoemd) gaat er iets mis bij de overdracht van het geluid dat het oor binnenkomt. Hierdoor kan het geluid het slakkenhuis niet bereiken. Op elke plek waar het geluid langs moet kan dit misgaan. Wanneer er iets misgaat in het slakkenhuis zelf of in het auditieve zenuwstelsel daarachter wordt dit een perceptief verlies genoemd.

Oorzaken geleidingsdoofheid

Bij een geleidingsverlies kan de gehoorgang bijvoorbeeld afgesloten zijn door een prop oorsmeer (cerumen), een puist, eczeem of een ontsteking. Ook kan het trommelvlies beschadigd zijn door bijvoorbeeld een hele harde knal of door een ferme klap op het oor. Soms zijn dan ook de middenoorbeentjes (hamer, aambeeld en stijgbeugel) beschadigd. Een verkeersongeluk of een valpartij waarbij het hoofd een forse klap heeft gekregen, kan ook de oorzaak zijn van het geleidingsverlies en dus het gehoorverlies. Natuurlijk kan het oor ook beschadigen door een voorwerp erin te steken. In dergelijke gevallen wordt van een mechanisch trauma gesproken. Wanneer het trommelvlies niet bewegelijk genoeg is of juist te bewegelijk is, doet zich eveneens een probleem voor. Door bijvoorbeeld littekenweefsel op het trommelvlies wordt het trommelvlies stijver en minder beweeglijk. Ook kan een gaatje in het trommelvlies er voor zorgen dat geleidingsverlies ontstaat en we minder goed horen. Wanneer de buis van eustachius verstopt zit, kan dit eveneens leiden tot een verminderde beweeglijkheid van het trommelvlies en tot tijdelijke gehoorverlies. Er is dan sprake van een geleidingsdoofheid.

Wanneer een middenoorontsteking chronisch wordt, kan dit leiden tot aantasting van de botjes in het middenoor of van de striae. De striae zijn koordjes waarmee de gehoorbeentjes in het rotsbeen zijn opgehangen. Hierdoor kan eveneens een geleidingsverlies ontstaan. Een dergelijke aantasting van de botjes wordt ook wel necrose genoemd. Hierdoor verandert de plaats van het zwaartepunt van de beentjes keten. Daarnaast zal door de rotting van het beenweefsel de massa afnemen. Door zowel de verandering in massa en zwaartepunt komt de resonantiefrequentie anders te liggen. Hierdoor ontstaat een verlies bij de oude resonantiefrequentie (1500 Hz). Het kan echter ook zo zijn dat het weefsel dat weggerot is zich elders afzet, waardoor de massa toeneemt wat kan leiden tot geleidingsdoofheid.

Geleidingsverlies door otosclerose

De stijgbeugel beweegt in een normaal werkend oor vrij heen en weer en kan zo op zijn beurt de vloeistof in het slakkenhuis in beweging brengen. Wanneer de stijgbeugel vastgroeit, wordt dit otosclerose genoemd. Dit zal leiden tot geleidingsdoofheid en dus tot een verminderd gehoorvermogen. Otosclerose wordt ook wel verkalking genoemd. Bij deze aandoening vormt zich abnormaal botweefsel op de wanden en beentjes van het middenoor. De voetplaat van de stijgbeugel kan niet meer vrijelijk bewegen en kan vast komen te zitten in het ovale venster. Wanneer de verkalking zich verder uitbreidt tot aan het ronde venster, spreekt men van totale verkalking. Omdat geluid bij totale verkalking nauwelijks meer getransporteerd wordt, ontstaat er een groot verlies. Doordat beide vensters (het ovale en ronde) zijn afgesloten kan de druk van de vloeistof in het slakkenhuis moeilijk weg en is er geen transport van de vloeistof meer mogelijk. Dit is nu juist een voorwaarde om te komen tot enige hoorsensatie. Als expansievat kan alleen nog maar de edolymphatische zak en de vloeistof in de hersenen dienen. Deze zijn echter met hele dunne kanaaltjes verbonden met het binnenoor, waardoor er slechts een hele trage verplaatsing van de vloeistof kan plaatsvinden en geleidingsdoofheid ontstaat.

De zojuist genoemde vormen van slechter gaan horen hebben allen te maken met een probleem dat zich voordoet door een verminderde geleiding van het geluid. Dergelijke vormen van slechthorendheid zijn goed vast te stellen met behulp van toonaudiometrie, terwijl de bewegelijkheid van het trommelvlies goed onderzocht kan worden met tympanometrie.

Deze pagina delen met anderen: