Wat horen wij?

Hörvermögen MenschMensen horen niet gewoon geluid. Veel eerder nemen we een combinatie waar van frequenties – de toonhoogtes – en het geluidsdrukniveau van deze tonen. De onderstaande begrippen zijn van belang op het gebied van het horen:

Frequentie, gemeten in Hertz (Hz), is een aanduiding voor de trillingen per seconde die onze oren opvangen. Hier worden ze vervolgens via de verschillende tussenstations van het menselijke gehoororgaan verder verwerkt. Mensen nemen gemiddeld frequenties waar tussen 20 en 20.000 Hertz. Als bijzonder aangenaam wordt het bereik tussen 500 en 4.000 Hertz waargenomen. Tussen deze waarden beweegt zich bijvoorbeeld ook de menselijke taal of muziek (natuurlijk afhankelijk van de geluidssterkte).

Geluidsdrukniveau, gemeten in decibel (dB), geeft aan met welke druk de geluidsgolven het trommelvlies bereiken. Hoe hoger de waarde is, des te luider klinkt de toon. De onderste drempel ligt bij 0 dB – de ondergrens van het hoorbare. Als iets zachter is dan 0 dB, dan kan de mens dit gewoon niet waarnemen. Een normaal gesprek ligt ongeveer bij 50 dB. De pijngrens bedraagt ongeveer 120 dB – een bereik waarbij het gehoor beschadigd kan worden en doofheid kan ontstaan.

Zuivere tonen – zoals de beroemde stemtoon A – trillen altijd op een bepaalde frequentie.

Klanken zijn dan samengesteld uit verschillende tonen. Ook klinkers – a - e - i - o - u – zijn klanken.

Een geluid ontstaat uit diverse frequenties die gebundeld optreden. Ze zorgen bijvoorbeeld voor sissen, fluiten of zoemen. Alle medeklinkers in ons taalgebruik zijn dan ook geluiden. Ook omgevingsgeluiden als verkeer of stromend water en de golfslag aan zee horen hierbij.

Wat horen we niet?

Ons hoorbereik tussen 20 en 20.000 Hertz is zo breed geschakeerd dat we er ongeveer 400.000 tonen mee kunnen onderscheiden. Maar er bestaan natuurlijk nog veel meer frequenties die zelfs voor mensen met een uitstekend gehoor gewoonweg onhoorbaar zijn, omdat ze buiten ons bereik liggen. Zo kan het menselijk gehoor bijvoorbeeld geen ultrasone geluidsgolven verwerken. Deze tonen blijven voor ons verborgen.

Bovendien lijdt ongeveer 12% van de Duitse bevolking aan een gehoorverlies. Goed horen is voor de betreffende personen niet meer mogelijk. Het merendeel van de mensen met doofheid lijdt aan doofheid op hoge leeftijd, maar ook jonge mensen kunnen worden getroffen door een afgenomen gehoor.

Bij doofheid op hoge leeftijd sterven de kleine haarcellen in het binnenoord af. Dit heeft aanvankelijk tot gevolg dat meestal bijzonder hoge frequenties niet meer kunnen worden waargenomen. Wanneer niet op tijd voor een gehoorapparaat wordt gekozen, neemt het gehoor verder af totdat de menselijke hersenen verleerd hebben tonen correct te herkennen.

Als u dus merkt dat u het moeilijk vindt om anderen te verstaan, maak dan een afspraak voor een hoortest bij een audicien van Schoonenberg of bij uw arts. Binnen een kwartier (zo lang duurt een hoortest ongeveer) is het voor u duidelijk hoe goed uw gehoor is.

Wat horen andere levende wezens?

Voor onze oren bestaan er nog veel meer tonen en geluiden die voor ons mensen letterlijk ongehoord blijven. Bijzonder diepe tonen in het infrasone bereik en de bijzonder hoogfrequente ultrasone tonen kunnen onze oren niet waarnemen – maar sommige dieren echter wel. Olifanten, runderen en insecten kunnen bijzonder lage tonen onder 16 Hz horen, waarvan de geluidsgolven zich over grote afstanden verspreiden. Aan het andere uiteinde van de schaal staan bijvoorbeeld egels, vleermuizen en – als koploper – dolfijnen, die toonhoogtes van meer dan 100.000 Hz kunnen horen. Ze nemen dus andere frequentiebereiken waar en hebben daardoor allemaal een andere geluidsdrempel dan wij. Overeenkomstig het specifieke eigen hoorbereik, wijzigt ook het stembereik van deze dieren. Het overlapt slechts gedeeltelijk het hoor- en stembereik van de mens. De communicatie tussen dieren onderling vindt deels dus ook plaats buiten onze waarneming.

Dolfijnen kunnen zelfs quasi zien met hun oren. Ze benutten de echo van hun klikgeluiden – die in waarheid hoogfrequentie geluidspulsen zijn – om de lichamen van mogelijke aanvallers of prooi te lokaliseren. Op die manier kunnen ze ook kleine vissen akoestisch lokaliseren en aanvallen. Dolfijnen beschikken trouwens ook over een individuele fluittoon die een soort akoestische vingerafdruk vormt.